Geschiedenis AMDG

Het kerkkoor AMDG is opgericht in 1888, twee jaar na het in gebruik nemen van de nieuwe katholieke kerk geweid aan de heilige Barbara (de huidige R.K. St. Barbarakerk). Als min of meer officiële oprichtingsdatum wordt aangehouden 6 oktober 1888.

Tijdens de inwijding van de Barbarakerk in 1886 (4 of 5 december 1886) werd de mis muzikaal opgeluisterd door de zangvereniging “Zang en Voordracht”. Dit was het (mannen)koor van de Mannencongregatie van de Sociëteit van St. Jozeph uit de Tollenstraat.

In afwachting van een nieuw op te richten kerkkoor voor de St. Barbarakerk heeft dit koor van de Mannencongregatie de missen voorlopig opgeluisterd. Medio 1888 werd vanuit dit koor en twee andere kerkkoren het huidige AMDG opgericht. De naam die het koor kreeg, Ad Majorem Dei Gloriam, was een geliefde spreuk van de paters Jezuïeten, die de St. Barbaraparochie al sinds 1628 bedienden.

Vanaf de oprichting tot aan het Vaticaans Concilie van 1963 veranderde er nauwelijks iets aan het koor. Het bleef al die jaren een mannenkoor en zong voornamelijk door de kerk voorgeschreven Gregoriaanse missen en andere stukken in het Latijn.
Het koor werd in die tijd elke zondag ingezet voor één van de diensten (er waren op zondagen vier missen) en daarnaast werd ook nagenoeg elk Lof opgeluisterd door het koor. “Loven” waren er enkele dagen per week, en daarnaast op zaterdag en zondag. Als koorlid moest men in die tijd enkele malen per week acte de présence geven.

Voorafgaand aan het Tweede Vaticaans Concilie van 1963 was er al de nodige onrust gekomen in de Nederlandse katholieke kerkgemeenschap. Leken, maar vooral vrouwen verlangden een grotere rol binnen de kerk. Dat hier ook voor het koor iets zou veranderen spreekt voor zich. In 1963 werd er een apart dameskoor opgericht. Het dameskoor verzorgde voornamelijk de begeleiding van huwelijksdiensten. Incidenteel werd er door beide koren gezamenlijk een dienst verzorgd en in 1971 is het dameskoor officieel toegevoegd aan het mannenkoor AMDG. Vanaf dat moment is AMDG een gemengd koor.

Vond men het in vroeger jaren een hele eer om bij het AMDG te mogen zingen, er ging een proefperiode aan vooraf en men moest een stemtest afleggen en de Latijnse teksten makkelijk kunnen memoriseren, tegenwoordig is het veel moeilijker om enthousiaste nieuwe aanwas voor het koor te krijgen.

 

Vroege geschiedenis van de Barbaraparochie.

Oorspronkelijk was de huidige Grote of Barbarakerk de kerk van de (katholieke) gelovigen in Culemborg.  Dat veranderde met de komst van de Reformatie in Nederland.

Na de Reformatie (ca 1550), werd van overheidswege in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het werk van de katholieke priesters onmogelijk gemaakt.  In 1571 werd de Nederduits Gereformeerde Kerk opgericht en deze verkreeg in heel het Nederlandse taalgebied grote aanhang. (Het huidige Nederland, Vlaanderen, Oost-Friesland en het Graafschap Bentheim in het huidige Duitsland).
In de Tachtigjarige Oorlog werd dit de publieke kerk van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. (Wellicht is dit proces versterkt door de aanwezigheid van de (katholieke) Spaanse bezetting onder Filips II.)
Het houden van de katholieke eredienst werd verboden en later ook werden de katholieke geestelijken uit de kerkgebouwen verdreven. De katholieke kerk was weggedrongen uit het openbare leven.

Zo ook in Culemborg waar in 1578 de St. Barbarakerk en de St. Janskerk (Johanneskerk) aan de katholieken ontnomen werden. In 1586 werd via een plakkaat bekend gemaakt dat het priesters verboden werd de H. Mis te lezen, te dopen of enige kerkelijke functie uit te oefenen. In 1596 werd een tweede plakkaat verspreid waarbij het verboden werd geheime ”roomse vergaderingen” te houden.

Pas rond 1610 werd het klimaat weer enigszins dragelijker voor de katholieken in Culemborg en werd het priesterambt weer oogluikend toegestaan. (Dit valt samen met het 12 jarig bestand gedurende de 80-jarige oorlog.)
Maar het duurde tot 1620 vooraleer de eerste schuilkerk achter de Varkensmarkt werd opgericht. In 1628 zijn de Jezuïeten vanuit Utrecht in Culemborg neergestreken. Dit was te danken aan de invloed van de katholieke raadsheer van Graaf Floris II van Pallandt, Johan Meerhouts. Men kreeg ook toestemming om twee schuilkerken in te richten, een in de Papenhoek, die (wederom) werd genoemd naar St. Barbara, en later een tweede schuilkerk in Nieuwstad, ter vervanging van de St. Janskerk, de “pastoors-kerk”. Het jaar 1628 geld dan ook als het oprichtingsjaar van de Barbara parochie in Culemborg.